Leer duiken bij duikvereniging Lake Diving Utrecht  
  Welkom, bezoeker! | Log in
 Menu
 Home
De vereniging
 Welkom
 Contactinformatie
 Foto-album
Duiken bij Lake Diving
 Maak een proefduik
 Lid worden
 Duikbrevet halen
 Inschaling
 Vervolgopleidingen
 Cursusplanning
 Specialisaties
 Duikuitrusting
Voor de leden
 Forum
 Activiteitenagenda
 Zaterdagduikrooster
 Trainingsrooster
 Documenten
 Club biologie
 
 Wie is er
Er zijn op dit moment 36 gasten en 0 leden online.

U bent niet ingelogd.
 
 Volg ons op Twitter
 
Zoetwaterkreeft (deel 1)





Algemeen
Tijdens onze duiken komen we ze bijna altijd wel tegen: de zoetwaterkreeft. Je komt dan boven en zegt dan tegen je buddy dat je een zoetwaterkreeft heb gezien. Niemand bedenkt zich dan dat er misschien wel meerdere soorten in Nederland voorkomen en als je dat bedenkt is het misschien leuk om te weten welke je nu gezien hebt. Aan de hand van een aantal beschrijvingen wil ik jullie de soorten en hun eigenschappen laten zien en wat er dan ook bij hoort het trieste verhaal van de oorspronkelijk in Nederland voorkomende soort Astacus astacus. Er zijn over de wereld heel veel soorten zoetwaterkreeften en omdat er in Europa steeds meer uitheemse soorten voorkomen zal het niet mogelijk zijn elke soort te beschrijven. Mocht je dus ooit een soort tegen komen die in 1 van deze delen niet is beschreven, onthou dan de kenmerken en geeft deze aan mij door zodat ik kan kijken welke soort het betreft.

Astacus astacus (Europese rivierkreeft)

Identificatie
De Europese rivierkreeft kun je in meerdere kleurvarianten tegenkomen. Ze zijn meestal zwart maar er zijn ook blauwgekleurde exemplaren. Het vrouwtje kan ongeveer 12 en het mannetje 16 centimeter worden. Opvallend zijn ook de brede scharen die van onder rood zijn. De vingers van de scharen zijn gebogen en het rugschild is glad. Levenswijze
Deze rivierkreeft komt voor in beken, rivieren en meren waarvan de bodem en de oevers genoeg schuilplaatsen en ondiepe plekken met een harde bodem bieden. Het water mag niet te koud zijn en moet tenminste drie maanden in het jaar boven de 15 graden komen. Hij wordt voornamelijk ’s nachts actief en gaat dan op jacht. Het is een alleseter die zowel plantaardig als dierlijk voedsel eet.

Voortplanting
De Astacus astacus paart als het water heel koud is rond januari/februari. Hiermee is het elk jaar het eerste dier dat aan het paren gaat. Het mannetje draait met zijn scharen het vrouwtje op haar rug en deponeert het kleverige sperma op het achterlijf van het vrouwtje. Bij het mannetje is het aanhangsel van het eerste segment voorzien van groeven. Deze groeven worden gebruikt om het sperma naar het vrouwtje te transporteren. Vervolgens kan het nog enkele weken tot maanden duren (mei-juni) voordat het vrouwtje haar eitjes gaat leggen. Afhankelijk van de omstandigheden en de soort legt ze ongeveer 100 tot 300 eitjes op een voor haar geschikt moment. De eitjes draagt ze mee onder haar achterlijf, totdat ze enkele weken later (juli) uitkomen. De uitgekomen jongen lijken niet op larven maar zijn miniatuurtjes van hun ouders. Tijdens de eerste levensperiode houden de jonge kreeftjes zich nog vast aan de poten van het vrouwtje. Terwijl ze zich vasthouden, zullen zo zo’n 2 tot 3 keer vervellen voordat ze het vrouwtje verlaten.

Vervellen
Het vervellen is een bijzondere gebeurtenis. De in de oude pantser aanwezige kalkzouten worden in het bloed opgenomen en opgeslagen in de maag. Het oude pantser verweekt, barst open en de kreeft kan zijn oude pantser verlaten. Na het verschalen wordt een grote hoeveelheid water opgenomen waardoor het lichaamsvolume toeneemt. De kalkzouten die eerder in de maag zijn opgeslagen worden nu weer gebruikt voor de bouw van het nieuwe pantser. Het verschalen duurt een paar uur, maar het uitharden ervan kan enkele dagen in beslag nemen. Tijdens die periode is de rivierkreeft erg kwetsbaar en zijn goede schuilplaatsen de enige bescherming die ze hebben. Rivierkreeften hebben de mogelijkheid om verloren lichaamsdelen weer te regenereren. Het regenereren kan alleen tijdens het vervellen plaatsvinden. De nieuwe lichaamsdelen krijgen echter niet meer die kwaliteit die ze voorheen hadden. Vooral in het eerste levensjaar groeien de kreeftjes relatief snel en zullen daarom ook zo’n 7 tot 8 keer gaan vervellen. Daarna gaat het langzamer, want de vrouwtjes vervellen dan nog maar 1 keer per jaar en de mannetjes 2 keer.

Verspreiding
Vroeger kwam deze soort algemeen voor in heel Nederland. Echter sinds de komst van zijn broers uit Amerika in de loop van de 20e eeuw is de soort sterk achteruit gegaan. In 1984 zijn er alleen nog waarnemingen in het stroomgebied van de Rozendaalse beek en het landgoed Warnsborn bij Arnhem gedaan. Sinds die tijd is het nog slechter gegaan en sinds 2002 is hij allen nog op het landgoed Warneborn waargenomen. Voor het voortbestaan van dit dier wordt dan ook ernstig gevreesd. Hij komt nog wel geďsoleerd voor in grote delen van Europa, met uitzondering van het zuidwesten van de Britse eilanden. Echter ook in het buitenland wordt deze soort steeds verder verdreven door zijn familieleden.

Steeds meer uitheemse diersoorten
In Nederland komen steeds vaker dieren voor die hier van oorspong niet voorkomen. Dit komt onder andere doordat de mens is gaan reizen en tijdens zijn reizen bewust of onbewust dieren meeneemt. De dieren komen hier bijvoorbeeld via balastwater van boten, consumptie en dus kweek in Nederland van uitheemse dieren en omdat de mens de drang heeft dieren en ook exotische dieren als huisdier te houden. Zo zit er op het moment van dit schrijven een poema op de hei. Deze poema is ontsnapt en loopt hier vrij rond. Dit is al een aantal weken zo en honderden mensen zoeken naar dit ontsnapte dier en kunnen hem niet vinden. Ontsnapt er nu nog 1 en dit is een combi van man vrouw dan kunnen ze zich voortplanten en krijgen wij poema’s op de hei omdat dit dier ook in de winter kan overleven. Nu is dit even als voorbeeld hoe makkelijk uitheemse dieren hier terechtkomen. Een kreeft of iets dergelijks vindt je niet meer terug in de sloot en als er een aantal worden uitgezet en ze kunnen jongen, krijg je er steeds meer. Voorbeeld voor ons als duiker zijn de aarsgarnaaltjes in Maarsseveen (kleine garnaaltjes onder de tunnel bij de kooi in de buurt), brokkelster in de Oosterschelde en zo zijn er heel veel voorbeelden. Wat de gevolgen zijn voor onze eigen flora en fauna is afwachten maar zoals je in het volgende stuk kunt lezen voor de Atacus astacus niet zo goed.

Oorzaak verdwijning
Allereerst heeft de Astacus astacus veel last gehad van de vervuiling in Nederland. Hierdoor was de populatie verzwakt. Daarbij kwamen zijn broers die uit het buitenland ingevoerd werden voor siervijvers, aquaria en consumptie. De uitheemse soorten kweken hier erg makkelijk en de vijvers zaten in een mum van tijd helemaal vol. De eigenaar van de vijver komt er dan achter dat de kreeft zijn vissen en planten op eet en heeft er schoon genoeg van en gooit ze in de sloot. Tevens kunnen kreeften bij vochtig weer een aantal uren op het land overleven en op deze wijze uit de vijver kruipen en naar een andere verblijfplaats zoeken. Hoe dan ook, er zijn op deze manier veel uitheemse soorten in onze wateren terechtgekomen. De uitheemse soorten bleken een parasiet bij zich te dragen waar zij zelf niet vatbaar voor zijn. De Astacus astacus is dit echter wel en zodra een uitheemse soort op een plaats waar onze Astacus astacus voorkwam terecht was gekomen, kregen al deze dieren deze parasiet en gingen dood aan de kreeftenpest zoals ze deze ziekte noemen.









Copyright © door Leer duiken bij duikvereniging Lake Diving Utrecht Alle Rechten Voorbehouden.

Gepubliceerd op: 2005-08-24 (2423 maal gelezen)

[ Ga terug ]

Pagina Rendering: 0.09 Seconden

:: phpib2 phpbb2 style by phpbb2.de :: PHP-Nuke theme by www.nukemods.com ::