Leer duiken bij duikvereniging Lake Diving Utrecht  
  Welkom, bezoeker! | Log in
 Menu
 Home
De vereniging
 Welkom
 Contactinformatie
 Foto-album
Duiken bij Lake Diving
 Maak een proefduik
 Lid worden
 Duikbrevet halen
 Inschaling
 Vervolgopleidingen
 Cursusplanning
 Specialisaties
 Duikuitrusting
Voor de leden
 Forum
 Activiteitenagenda
 Zaterdagduikrooster
 Trainingsrooster
 Documenten
 Club biologie
 
 Wie is er
Er zijn op dit moment 35 gasten en 0 leden online.

U bent niet ingelogd.
 
 Volg ons op Twitter
 
Snoekbaars
Onderwaterbiologie door Ivo Schenk




Algemeen
De snoekbaars is na de snoek en de meerval de grootste vis in onze zoetwateren. Daar waar de snoek het slecht doet, in troebel water, doet de snoekbaars het juist goed. De snoekbaars kan 120 cm lang worden en is net zo’n geduchte rover als de snoek. Van oorsprong kwam de snoekbaars niet in ons land voor. De eerste snoekbaars werd in 1888 gevangen nabij Lobith in de Rijn. Vanaf daar verspreide de snoekbaars zich sterk via de benedenrivieren verder over het gehele land. In de twintigste eeuw werden veel snoekbaarzen uitgezet met als doel gevangen te worden door de beroepsvissers voor consumptie. Door meststoffen die in de jaren 50 en 60 met grote hoeveelheden door boeren in de Nederlandse wateren terecht kwamen zijn veel wateren troebel geworden. Hierdoor werden de omstandigheden voor snoeken slechter waardoor deze terrein gingen verliezen. Voor de snoekbaars werden de omstandigheden alleen maar beter. Momenteel komt de snoekbaars veelvuldig voor in Nederland. Met name in het IJsselmeer en de grote rivieren zijn zij sterk vertegenwoordigd. Uit eigen ervaring weet ik dat je ze ook kunt tegenkomen in de Vinkeveenseplassen. Snoekbaars komt ook in helder diep water voor. Overdag hout hij zich dan in de diepte schuil. ´s Avonds komt hij naar minder diep water om te jagen. In de zomer kun je hem ook wel overdag bij de oever tegenkomen. Hij is dan gedwongen om naar de oever te trekken omdat daar de prooivissen zitten. De Vinkeveenseplassen zijn hier een goed voorbeeld van.

De paring
In Nederland paart de snoekbaars in de maanden april tot begin juni bij een watertemperatuur van zo’n 15 graden Hij doet dit op een diepte van 1 tot 6 meter. Het mannetje bouwt een nest dat bestaat uit een schoongemaakt stukje zand of grindbodem met een oppervlakte van enkele tientallen vierkante centimeters. Soms maakt hij zelfs een kuiltje in de grond dat als nest moet gaan dienen. Het mannetje bewaakt het nest tot er een vrouwtje arriveert. Als dit gebeurt gaat het mannetje om het vrouwtje heen zwemmen en neemt uiteindelijk een bijna verticale stand aan. De paring wordt uiteindelijk ingezet waarbij beide vissen krachtig met hun lichaam trillen en schudden. Tegelijk zwemmen zij dan over het nest waarop de eitjes in één keer worden afgezet en bevrucht.

Het broedsel
Het mannetje blijft bij het nest om dit te verdedigen tegen kuitrovers. Tevens wappert hij regelmatig met zijn vinnen over de eieren om eventuele slibafzetting te voorkomen en de eieren van zuurstofrijk water te voorzien. De bewaking van het nest is zo effectief dat andere vissen weinig kans zien om de eieren te roven. Het jonge snoekbaarsje komt bij 12 graden na ongeveer een week uit het ei. Mede door de broedzorg komen onder gunstige omstandigheden ongeveer 95% van de eieren uit.

De larven
Nadat de larven uit het ei zijn gekropen stopt de broedzorg van de vader en zijn de jonge visjes op zichzelf aangewezen. Zodra de larven uit het ei zijn gekropen zwemmen ze onhandig naar de oppervlakte. Zodra ze deze hebben bereikt laten ze zich weer een stukje naar beneden vallen om vervolgens weer naar boven te gaan zwemmen. Ze doen dit net zo lang tot hun relatief grote dooierzak hebben verteerd. Het voordeel van deze techniek is dat ze zich door de stroming over een zeer uitgestrekt gebied verspreiden waardoor de kans om opgegeten te worden kleiner wordt. Tevens zullen ze niet onder het slib kunnen raken waar zij zouden stikken. Nadat de dooierzak zo goed als verteerd is zoekt hij het open water op. Hij zal zich voornamelijk in de onderste waterlagen ophouden, maar zal ook in andere waterlagen gevonden kunnen worden.

1e levensjaar
Zolang de vissen nog geen dierlijk voedsel eten leven zij in kleine schooltjes. Zodra ze overgaan op dierlijk voedsel (ze zijn dan tussen de 4 en 7 centimeter) zullen ze steeds vaker solitair op jacht gaan. De snoekbaars komt van oorsprong niet uit ons land maar uit streken meer landinwaarts. In die streken heerst een landklimaat wat inhoudt dat de winters heel koud en de zomers heel warm zijn. Ons land heeft meer een gematigd klimaat (zeeklimaat) wat inhoudt dat wij geen hele koude winters maar ook geen hele warme zomers kennen. Onze kleine snoekbaarsjes kunnen hier veel last van hebben. Als in ons land de zomers niet zo goed zijn zullen de snoekbaarsjes niet hard genoeg groeien om de grootte van de jonge witvisjes voor te blijven. Deze zullen dan te groot worden waardoor de snoekbaars ze niet meer aan kan en hij niet kan overschakelen naar dierlijk voedsel. Het visje kan dan niet genoeg vet reserves opbouwen om de winter te overleven. Als dit gebeurt spreken we in Nederland van een zwakke jaarsterkte. Hebben we een warm voorjaar en een warme zomer (welke schaars zijn) dan zullen de visjes hard genoeg kunnen groeien en zullen er veel de winter kunnen overleven. We spreken dan van een sterke jaarsterkte. De snoekbaarsjes die de overstap naar dierlijk voedsel kunnen maken zullen aan het einde van de zomer 12 centimeter lang zijn en zij maken een grote kans de winter te kunnen overleven

De jacht
Zoals gezegd leven snoekbaarzen graag in troebel water. Om hierin te kunnen jagen beschikken snoekbaarzen over aangepast ogen. In het netvlies zijn extra grote lichtgevoelige zintuigcellen te vinden. Bovendien bevindt zich tussen deze cellen een sterk reflecterende laag. Als je ze tegenkomt kun je ze dus mede door oplichtende glasogen herkennen. Het licht dat in het oog valt wordt weerkaatst in de reflectielaag. Zo komt er extra licht op de grote gevoelige cellen in het oog. De maximale lengte van de prooi die de snoekbaars aan kan is 45% van zijn eigen lengte. Zijn voorkeur gaat echter uit naar vissen die 1/3 kleiner zijn dan hij zelf. Dit betekent dat vissen groter dan 20 cm nog maar weinig door snoekbaars gegeten worden. De snoekbaars haalt zijn buit meestal uit een school vissen. Na dat hij voorzichtig is genaderd, schiet hij er snel doorheen. Dit is dus anders als dat van de snoek die een prooi vanuit dekking aanvalt. De snoekbaars jaagt zijn prooi achterna. De snoekbaars werkt zijn prooi ook op een andere manier naar binnen. De snoek begint bij de kop en de snoekbaars bij de staart.









Copyright © door Leer duiken bij duikvereniging Lake Diving Utrecht Alle Rechten Voorbehouden.

Gepubliceerd op: 2004-07-15 (2604 maal gelezen)

[ Ga terug ]

Pagina Rendering: 0.08 Seconden

:: phpib2 phpbb2 style by phpbb2.de :: PHP-Nuke theme by www.nukemods.com ::